Jaarfeesten
Feesten die de seizoenen markeren zijn een begrip op de vrijeschool, zij horen bij het onderwijs. De jaarfeesten helpen om het lange onoverzichtelijke jaar voor kinderen in behapbare stukken te verdelen. Daarbij heeft ieder feest een diepere betekenis zodat het een mooie opening biedt voor een goed gesprek, zelfreflectie en bezinning. Omdat de feesten vrijwel altijd samen met de hele school en een deel met ouders worden gevierd, creëren zij ook de saamhorigheid en het gemeenschapsgevoel. Allemaal belangrijke aspecten in het vrijeschoolonderwijs.

Over de hele wereld worden op vrijescholen jaarfeesten gevierd, altijd passend bij de lokale gebruiken. Gezien de steeds grotere diversiteit in de Nederlandse samenleving willen we op onze school daar de jaarfeesten ook op aanpassen. Dus niet alleen jaarfeesten vanuit de christelijke of Germaanse traditie, maar ook feesten die passen bij de verschillende achtergronden van de leerlingen op school. Zoals Oosterse, Aziatische of Afrikaanse feesten. Maar ook hoe feesten het best kunnen aansluiten bij andere levensovertuigingen, zoals het humanisme, Islam, boeddhisme of vanuit oude natuurreligies. Onderstaande feesten zullen samen met leerkrachten, ouders en leerlingen worden aangevuld, veranderd en vorm gegeven zodat ze passend zijn voor iedereen op onze school en de omgeving waar deze in staat.

Het Oogstfeest / Michaelsfeest: 29 september Aan het eind van de zomer is de natuur zo overvloedig en gul, we vieren onze dankbaarheid daarvoor. Het Michaelsfeest gaat over het verslaan van je innerlijke draak.
Sint-Maarten: 11 november Met het donkerder worden van de dagen gaat dit feest over het delen van je warmte(mantel) en het licht.
Sinterklaas: 5 december Het feest van geven en ontvangen
Winterfeest/Kerstfeest: 24, 25 en 26 december De zon is over haar diepste punt heen; vanaf nu wordt het weer lichter. We vieren een feest van samenzijn, het nieuwe begin en het nieuwe leven.
Verkleedfeest/Carnaval/Vastentijd: Carnaval was van oudsher een uitbundig feest dat aan de sobere vastentijd voorafging, waarmee slechte geesten worden weggejaagd. 
Lentefeest/Holi/Pasen: de tijd van verwachting, hoop, ontwikkeling, groei, nieuw leven.
Midzomerfeest/Sint Jans Feest/Midsommar: 24 juni Langste dag, de zomerzonnewende, vanaf nu worden de dagen weer korter.
Keti Koti: 1 juli, vieren en herdenken van de afschaffing van de slavernij
Op wisselende data de ramadan en het offerfeest

Vertelstof

Verhalen vertellen is onlosmakelijk verbonden aan het vrijeschoolonderwijs. Vertelstof wordt namelijk niet enkel gezien als goed voor de concentratie, de taalontwikkeling, de fantasie, de band tussen verteller en luisteraars, de algemene ontwikkeling, maar verhalen geven de kinderen ontwikkelingsstof waarin ze zichzelf op een dieper niveau herkennen. Elk leeftijd kent een eigen verhalen thema dat past bij de ontwikkelingsfase van het kind. Alle vertelstof komt ook weet terug in het periode onderwijs en de vaklessen.

Kleuters: (Baker) sprookjes
De kleuter leeft in een wereld vol fantasie en leert nog vooral door nabootsing. Bakersprookjes zijn eenvoudige verhaaltje met veel herhalingen. Kleuters houden van herhalingen.

6\7 jaar: De sprookjes
Het sprookje vertelt vol wijsheid en humor over goed en kwaad, over verleiding en vernedering en geeft het beeld van de mens die tenslotte zegevierend tevoorschijn komt.

7/8 jaar: De fabels en legenden
Fabels zijn korte en geconcentreerde verhalen waarin menselijke eigenschappen zich in de gedaante van dieren vertonen: de wijze uil, de sluwe vos, de trotse haan. Het zijn levenslessen die verscholen zitten in de fabels, het leert de kinderen over goed en kwaad. 

8/9 jaar: Het oude testament/Koran
Kinderen van 8/9 beginnen zich te beseffen dat er een duidelijke scheidslijn is tussen hen en de wereld om hem heen. In de verhalen uit het oude testament (ook terug te vinden in de Koran) herkennen ze zichzelf als wordt verteld over de schepping, de verleiding door het kwaad, de ark van Noach, de toren van Babel, de strijd van David en Goliath. Allemaal verhalen vol symboliek over het ontstaan van de aarde, de mens, het goed en het kwaad.

9/10 jaar: De Edda (De Noorse/Germaanse mythologie)
Rond het tiende levensjaar wordt een kind meer een individu. Doordat het kind opeens op zich zelf wordt terug geworpen, wordt het soms angstig en eenzaam. Rond deze tijd krijgen de kinderen de scheppingsverhalen uit de Noors/Germaanse mythologie te horen. De kinderen genieten van de verhalen van Thor met zijn hamer, de god van de donder. De kinderen leven mee met de angst van de goden voor de naderende ondergang, ze voelen zich begrepen en herkent in hun gevoelens, die in de strijd in de Edda telkens aan de orde komt

10/11 jaar: Oude culturen en verhalen (uit o.a. India, Persië, Babylonië, Egypte en de Griekse Mythologie)
Op deze leeftijd wordt een kind wereldburger en leeft niet meer in de afgesloten kinderwereld. De verhalen van de Grieken vertonen het kenmerk dat mythologie overgaat in historie. Geschiedenis, wetenschap en filosofie vinden hun oorsprong in de Griekse cultuur.

11/12 jaar: De Romeinen, de middeleeuwen, de Islam
Deze leeftijd kenmerkt zich door de individualisatie, het competentie gerichte gedrag, de wil om te discussiëren en de interesse naar de eigen achtergrond. De Romeinen waren een hard werkend, ondernemend en praktisch volk. Het ontstaan van de Islam speelt zich af in dezelfde tijdsspanne als de Middeleeuwen, de verhalen over Mohammed schetsen prachtige beelden en geven inzicht in de rijke cultuur.