De ontwikkeling van kinderen/mensen valt grofweg op te delen in fases van ongeveer 7 jaar.  Deze theorie is terug te vinden in zowel de antroposofie, het boeddhisme en islamitische stromingen. En recent ook beschreven door verschillende wetenschappers, oa Biestra.
Van 0-7 jaar, de fase waarin kinderen vooral doen en willen en leven naar het voorbeeld van de volwassen personen om hen heen. Zij zijn nog één met alles om hen heen en leven en beleven alles alsof zij het zelf zijn. Hun zintuigen staan nog volledig open en alles wordt nog met heel het lichaam ervaren. Het spel en de nabootsing van het echte leven staat daarom centraal bij de kleuter.
Vanaf een jaar of 6/7 begint een kind schoolrijp te worden, het begin van een nieuwe fase. Je ziet het in de manier van spelen, want er komt meer afstand tot het fantasievolle spel. Het tekenwerk verandert doordat het nu duidelijk een onder en een boven krijgt. Zelfs het fysieke lichaam laat zien dat het nagenoeg ‘klaar is’ want rond de schoolrijpheid maakt het melkgebit plaats voor het vaste volwassengebit. Kinderen willen leren en treden op een andere, bewustere manier de wereld tegemoet. Dit is het moment waarop een kind overgaat van de kleuterklas naar de onderbouw.
Tussen 7 en 14 jaar ontwikkelt het brein zich verder en is klaar voor het eigen maken van de gewoontes, het geweten, het geheugen en het temperament. De buitenwereld komt wel binnen, maar niet meer ongefilterd. Indrukken worden opgenomen, verwerkt en eigen gemaakt.

Kleuters
Iedere dag is er op onze school veel tijd voor het vrije spel waarbij kinderen vooral zelf ervaren iets of iemand te zijn en bouwen, afbreken en kijken wat er gebeurt en dat alles veel en vaak herhalen. Tijdens dit vrije spel is er ook ruimte voor taal- en rekenspelletjes, zodat de leerkracht kan zien hoe het met de individuele ontwikkeling gaat.
Naast het vrije spel binnen is er ook veel ruimte voor buitenspel, de natuur ervaren in alle seizoenen en motorische en sociale vaardigheden opdoen.
Tijdens het kringspel is er met verhalen, zang en rijm ruimte het spelenderwijs bezig zijn met taalontwikkeling en rekenvaardigheden.
Het ritme is in de kleuterklas erg belangrijk. Ook de dag zelf volgt iedere keer weer eenzelfde ritme. Herhaling en ritme zijn erg belangrijk in de ontwikkeling van een kleuter. Het geeft kleuters rust en een gevoel van veiligheid en vertrouwen. Een vrijekleuterklas is al snel herkenbaar aan bijvoorbeeld de natuurlijke materialen die er in de klas aanwezig zijn. De verschillende hoeken waarin gebouwd en verkleed wordt, waarin de huiselijke sfeer wordt nagebootst of waar met constructiemateriaal wordt gespeeld. Er is ook een keukentje met alle benodigdheden voor het voorbereiden van de fruitmaaltijd en b.v. het verzorgen van de plantjes.  Als alle kinderen aan het spelen zijn is het net een grote huiskamer. De kleuren zijn zacht en door de natuurlijke materialen en aanwezigheid van planten, voelt alles warm en huiselijk aan. Er is ook altijd een jaartafel, om binnen te zien wat er op dat moment buiten te vinden is.
Er worden geen specifieke taal- en rekenlesjes gegeven in de kleuterklas op onze school, maar dit betekent niet dat er geen taal en rekenen wordt geleerd. Tijdens de kring, het vrij spel of het tafeldekken wordt er volop geteld, soms zelfs in meerdere talen. Door de verhalen, liedjes en rijmpjes wordt de taal volop ontwikkeld.

Schoolkinderen
In deze fase beginnen kinderen te ontdekken wie ze zijn, hun individualiteit wordt gevormd en ze leren zichzelf uit te drukken. Ze leren hun plek kennen in de wereld en uiten zich op een manier die bij hen past. Ze ervaren voldoening in het ontdekken en beoefenen van zelfexpressie.
In deze fase leert het kind het Ik-gevoel te ontwikkelen. De individualiteit en het ego worden gevormd. Zelfexpressie is van groot belang in deze fase. Het is belangrijk om te kijken wat het kind nodig heeft, en wat het zelf wil; kinderen weten zelf heel goed wat er voor hen werkt. Belangrijk is het om hierin mee te gaan zoveel als maar kan. Het ene kind zal zijn of haar plek in de wereld beter vorm leren geven door het volgen van toneellessen, het andere heeft sport nodig. Weer een ander zal boeken verslinden, of haar ziel in het zingen kunnen vinden.

Een klas in de middenbouw voelt op onze school net zo warm en huislijk aan als de kleuterklas. Er zijn wat meer ‘schoolse’ elementen, maar er is nog steeds veel ruimte voor zowel fysiek als mentaal ontdekken, eigen initiatief en spelen. Schoolkinderen ontwikkelen hun gevoelsleven en dat vraagt om kunstzinnig/creatief onderwijs. Waarin op een creatieve manier de lesstof wordt aangeboden, opgenomen en verwerkt. Het is de kunst voor de leerkracht om elke keer een nieuwe, boeiende vorm te geven aan de lesstof, zodat de kinderen geïnspireerd worden tot leren en creativiteit. Zinvolle lichaamsbewegingen worden gekoppeld aan lesstof en bieden verrassende mogelijkheden om een kind te bereiken en motiveren. Van nature denkt bijna elk kind origineel, creatief en probleemoplossend. Het is aan de ouders en de school om dat vermogen te behoeden, te koesteren en te verzorgen.
Na de dagopening krijgen de onder- en middenbouw eerst 1-2 uur periode onderwijs, gevolgd door een fruitmoment en buitenspelen. Daarna is er ruimte voor vaklessen en creatieve/kunstzinnige vakken. De lunch sluit de schooldag af en er kan gekozen worden voor aansluitende opvang op school.